11. Begin van de openbaring & begin van jouw spirituele groei – Seerah Series

Leestijd: 12 minuten

In deze les staat het begin van de openbaring centraal en wat wij hieruit kunnen leren voor onze persoonlijke spirituele groei naar Allah.

Earth-Sun

De Joden dachten dat de laatste Profeet zou komen uit de Joodse lijn. De Joodse lijn is vanaf Profeet Ishaq, de zoon van Profeet Ibrahim (alaihimu salaam). De Profeten in de Joodse traditie komen allemaal vanuit deze lijn. De joden verwachtten, hoopten intens en waren er eigenlijk van overtuigd dat de laatste Profeet uit hun midden zou komen. Maar de Profeet Mohammed ﷺ is een nageslacht van de andere zoon van Ibrahim, namelijk de Profeet Ismaᶜiel (alaihi salaam).

11.1 De teleurstelling van de Joodse stammen

Aws en Khazradj waren twee joodse stammen met kennis. Zij keken op een bepaalde manier neer op de niet-joodse stammen zoals de Quraysh. Ze zagen daarin barbaarsheid en onwetendheid. Zij waren dan ook vaak in conflict met elkaar.

Ibn Hisham neemt dit ook op in zijn seerah. Als de Aws en Khazradj een ruzie overwonnen zeiden ze: “Voorzeker er komt een Profeet aan (zijn tijd is bijna aangekomen) en op het moment dat hij komt zullen wij samen met hem tegen jullie strijden. Net zoals het volk Aad en Iram van de wereld is weggevaagd, zullen wij met hem jullie wegvagen.”

Na een hevige oorlog zeiden zij: “Oh Allah wij vragen jou hulp omwille van de laatste Profeet waarvan U een belofte heeft gedaan van zijn komst. Wij vragen U om ons te helpen tegen onze vijanden”. De geschiedkundigen leveren over dat zij dan ook daadwerkelijk wonnen. Hieruit blijkt hoe intens ze bezig waren met de komst van de laatste Profeet, maar ook de stellige verwachting dat hij uit hun lijn zou komen. Vanwege de teleurstelling dat dit niet zo was, weigerden ze de Profeet ﷺ te accepteren – de Profeet ﷺ komt immers uit de lijn van de Profeet Ismael en niet van de Profeet Ishaq (die beiden zonen zijn van de Profeet Ibrahim). Volgens hun kon het gewoon niet zijn dat de laatste Profeet niet uit de joodse lijn komt. Hier verwijst Allah naar in Surah Al-Baqara Vers 89:

“Toen het boek eenmaal werd geopenbaard, bevestigend van wat zij reeds in hun boeken vonden. [Sterker nog,] hiervoor vroegen zij om overwinnen [omwille van de Profeet ﷺ] tegen de ongelovigen. Maar toen eenmaal [de Profeet ﷺ] bij hen kwam waarvan zij deze beschrijvingen heel intiem kenden, wezen zij hem af. En Allah’s vevloeking is met diegene die [de Profeet ﷺ op zo’n manier] weigeren”.

Dit komt vanwege hun verwaandheid en de status die ze aan zichzelf hebben toegeschreven, namelijk dat zij het meest geliefde volk bij Allah zijn. Direct erna (vers 2:90) zegt Allah: “Een hele slechte deal hebben zij gesloten. Zij hebben zichzelf verkocht. Zij hebben afgewezen wat Allah heeft gestuurd vanwege afkeer”. Vanwege hun afkeer – die voortkwam uit hun overtuiging van suprioriteit en speciale positie bij Allah – hebben zij Allah’s neergezonden boek en Profeet ﷺ afgewezen. Vers 90 gaat verder: “Het is een fadl [gunst] van Allah”. Je maakt dus geen enkele aanspraak op zo’n gunst – en dat is alleen al vanwege het feit dat een gunst wordt gegeven (dat maakt het immers een gunst).

Er is veel leed veroorzaakt door de Joodse stammen en dit is de achtergrond daarvan. Zij waren ervan overtuigd dat zij het meest geliefde volk waren bij Allah, terwijl Allah Degene is die zegeningen schenkt en neemt. Het is niet voor niks dat Allah met deze Verzen in Surah al-Baqara de Qoran begint. Hij wil ons onderwijzen middels hun gedrag.

Een advies met betrekking tot persoonlijke waardigheid

De les is dat je niet je eigenwaarde baseert op foutieve elementen, onrechtmatige zaken en niet-menselijke maatstaven. Daarom is de eigenwaarde van de gelovigen gekoppeld aan godsbewustzijn (taqwa) en niet afkomst. Als de Hadith hierover vrij vertaald wordt naar deze tijd, krijgen we:

“Degene met de hoogste status is niet degene met de hoogste opleiding, beste inkomen, grootste huis of mooiste auto. Maar degene met de hoogste status is degene die het meest bewust is van Allah”.

11.2 Hoe geloofde de Profeet ﷺ in Allah vóór de openbaring?

De Profeet ﷺ had een natuurlijke afkeer van de gebruiken van de Arabieren in de pre-islamitische tijden: drank, overspel en afgodenarij. We zien op verschillende momenten in zijn leven terug dat hij beschermd is geweest: vanaf geboorte tot het begin van zijn Profeetschap. De volgende zes gebeurtenissen zijn hier een voorbeeld van:

  • Ali ibn Abi Talib levert over dat hij een vraag stelde aan de Profeet ﷺ over de periode vóór de Profeetschap: “Heeft u ooit goden aanbeden”. Profeet ﷺ zei: “Nee”. “Heeft u ooit alcohol gedronken”. Hij ﷺ zei: “Nee, vanaf het begin af aan heb ik altijd een besef gehad dat dit soort zaken die sommigen deden een ‘soort van’ kufr is”.
  • Zayd bin Harisa – die net als een zoon was voor de Profeet ﷺ – levert over: “We deden de omcirkeling van de Kaaba (tawaf) in de pre-Islamitische (djahili) periode”. Het is belangrijk om bij deze Hadith te weten dat de Arabieren bij elke ronde om de Kaaba hun hand legde op een beeld genaamd ‘asaf’. Zayd vertelt: “Toen wij een ronde maakten, deed ik ook mijn hand op dat beeld”. Zayd was toen nog een kind en kinderen doen dingen na die anderen doen. “De Profeet ﷺ zei tegen mij: niet aanraken”. Maar na de tweede ronde deed Zayd het weer. De Profeet ﷺ zei tegen hem: “Oh Zayd, heb ik jou daar niet van weerhouden?”. Let op, dit is een gebeurtenis van vóór de Openbaring, dus voordat de Profeet ﷺ veertig was. Toen hield hij ﷺ zich al vrij van afgoderij. Zayd zwoor daarna bij Allah dat hij dat beeld nooit meer heeft aangeraakt.
  • Er is een specifieke Hadith, die helaas misbruikt wordt door oriëntalisten om aan te tonen dat de Profeet ﷺ wel wezenlijk de beelden ging aanbidden vóór de periode van Openbaring. In de Musnad van Ahmad bin Hanbal wordt overgeleverd dat de buurman van s. Khadija een conversatie hoorde tussen de Profeet ﷺ en Khadija. Hij ﷺ zei tegen Khadija: “Ik zweer bij Allah, ik zal nooit ‘laat’ en ‘uzza’ aanbidden”. Khadija zei: “laat ‘laat’ en ‘uzza’”. De overleveraar, de buurman van s. Khadija, zei als aanvulling op deze hadith: “laat en uzza waren beelden die zij aanbaden (kanoe ja’boedoen) en toen pas gingen slapen”. Een analyse van deze Hadith is dat de hele Hadith een conversatie is tussen de Profeet vmzh en Khadija. Daarbij is de laatste toevoeging van de overleveraar. De vraag is nu, naar wie verwijst zij aanbaden‘? Als je alleen al naar de grammatica kijkt zie dit je meteen. Want de toevoeging ‘zij aanbaden’ is in het meervoud (kanoe jaᶜboedoen). Meervoud in het Arabisch is meer dan drie. Zou het om de Profeet ﷺ en Khadija gaan, dan zou er tweevoud gebruikt worden. Dan zou de overleveraar ‘kanaa jaᶜboedaani’ zeggen in plaats van ‘kanoe jaᶜboedoena‘!
  • Toen de Zamzambron werd herbouwd, plaatsten de mannen die meewerkten de zware stenen op hun schouders. Zij haalden het kleed van hun middel af en legde dit op hun schouders. Hun onderlichaam was hierdoor bloot. Zijn oom vroeg de Profeet ﷺ of hij dat ook wilde doen. Toen de Profeet ﷺ dat in overweging nam vanwege zijn liefdevolle oom, viel hij ﷺ bewusteloos neer. In één van de overleveringen zei hij: ”Ik zag iemand in stralende witte kleren die zei ‘je mag je kleren niet uit doen”. In een andere overlevering zei de Profeet ﷺ: “Mij is verboden om naakt rond te lopen”.
  • Baraka ummi Ayman, één van de voedvrouwen van de Profeet ﷺ, levert over dat er een jaarlijks feest was op een plek genaamd ‘Bewana’. ‘Bewana’ was een soort huis van afgoden waar ook allerlei offers werden gebracht. De Profeet ﷺ werd onder druk van zijn tantes meegenomen. Toen iedereen bezig was ging hij ﷺ weg en kwam pas tegen het einde terug. Toen hij gevraagd werd waarom hij vertrok, zei hij ﷺ: “Elke keer als ik in de buurt kwam van een afgodsbeeld, ook al was het alleen om te kijken, zag ik een lange schijnende man en die schreeuwde tegen mij: ‘Oh Mohammed, blijf ver, kom niet dichterbij’”. Toen zijn tantes dit aanhoorden zeiden ze dat ze hem apart vonden en ze besloten hem niet meer mee te nemen.
  • Toen de Profeet ﷺ kind was ging hij met andere kinderen spelen in de buurt van de Kaaba. Hij stopte voor de Kaaba, de kinderen vroegen waarom. Hij ﷺ zei dat het hem verboden was om dichtbij deze beelden te komen.

De Profeet ﷺ  is rein van kufr en afgoderij net als zijn hele familielijn tot en met Ibrahim alaihi salaam. Als iemand daarover twijfelt staat zijn iman op losse schroeven. Hoe kan het dat een Profeet een nakomeling is van een afgodenaanbidder of dat hijzelf zulke daden heeft verricht?!

11.3 Afzonderen en het licht dat verscheen in de grot Hira

Hoe meer hij richting 40-jarige leeftijd ging, hoe meer bijzondere veranderingen er ontstonden in zijn persoonlijkheid. Hij begon meer te houden van afzondering. Zo trok hij zich terug in de grot Hira. Tijdens deze momenten ging hij volledig op in de gedachte aan Allah, de Schepper. Één specifiek aspect dat we tegenkomen in de hadith is dat hij ﷺ een bepaald licht (noer) zag in de grot. We kennen allemaal het verhaal van de eerste openbaring, maar er is veel aan vooraf gegaan. Dat eerste licht werd groter en feller. Toen werd de aanwezigheid van het licht opeens een (soort) tweede natuur: het werd normaler dat dit licht daar aanwezig was. Toen kwam er zelfs een stem dat sprak uit dat licht. Dat werd steeds meer en er ontstonden ook gesprekken!

De Profeet ﷺ zei hierover: “Oh Khadija, ik zie een licht en ik hoor een stem”. Zij ging direct naar een neef van haar, Waraqa Bin Nawfal, die een Joodse schriftgeleerde was. Zij legde hem voor wat haar echtgenoot ﷺ had meegemaakt. Hij antwoordde: “Als je wilt weten of dit echt is moet je op dezelfde plek aanwezig zijn en observeren wat daar gebeurt”. Zij zei toen tegen de Profeet ﷺ: “De volgende keer dat u dat hoort, zeg u dat dan tegen mij”. Toen het weer gebeurde zei hij ﷺ: “ik zie een licht en ik hoor een stem”. Ze zei: “Komt u rechts van mij zitten. Is het licht er nog steeds?” Hij ﷺ zei: “Ja”. Ze zei: “Leg uw hoofd op mijn schoot”. Toen hij ﷺ dat deed, vroeg ze: “Is het licht er nog steeds?” Hij ﷺ zei: “Ja”. Ze haalde haar sluier weg en vroeg: “Is het er nog?” Hij ﷺ zei: “Nee”. Zij vertelde dat zij dit als een advies kreeg van haar neef Waraqa Bin Nawfal: “Als je je awrah laat zien dan gaat het weg als het van Allah is”. ‘Awrah‘ zijn ontblote delen van het lichaam die dan als naaktheid worden beschouwd zoals het haar van de vrouw.

Amr bin Sabdjil levert over dat de Profeet ﷺ zei: “De stem zei: ‘Ik getuig dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed zijn dienaar en Profeet is’”. Zo werd de Profeet ﷺ langzaam spiritueel voorbereid.

Het was eerst een klein licht en dit werd steeds groter en feller. De stem spraak ook steeds duidelijker. Op een gegeven moment veranderde dat licht in een schijnende man. Het was de Engel Djibril (Gabriel) die zich kenbaar maakte aan de Profeet ﷺ. Waraqa zei hierover: “Ik zweer en getuig dat dit het begin is van de openbaring”. Waraqa zei, zoals is overgeleverd in al-khasa’is al-kubra van Imam al-Suyuti: “De grootste namus zal aan hem geopenbaard worden en verschijnen”.

Een tweede bijzondere gebeurtenis toen de periode van de openbaring dichterbij kwam was dat elke boom en rots tegen de Profeet ﷺ  zei: “Vrede zij met u Profeet”. Hij keek dan ook om zich heen, naar links en naar recht, maar hij zag niemand staan behalve rotsen en stenen.

Begin van de openbaring en het begin van jouw spirituele groei

Net zo is jouw spirituele groei! Als Allah had gewild was de openbaring in één keer gebeurd. Nee, het (spirituele pad) is een groei van hoogtepunten en diepe dalen. Het is een proces wat geen weken maar jaren kost. In dat proces is er een heel belangrijk element en dat is dat jouw innerlijke verlangen aangewakkerd blijft worden. Dat je in jezelf zegt: ik wil iets meer… iets meer. Dat verlangen is de motor van je spirituele groei. Spirituele openingen gaan volgens een proces. Dit zijn de spirituele zintuigen die geopend worden.  Net als een baby, die tijd nodig heeft om zijn ogen te open. Hij opent langzaam zijn ogen omdat de beelden die hij ziet in de eerste instantie moeilijk te verwerken zijn. Zij slapen initieel dan ook veel om alles te verwerken. Na een periode slapen ze minder en kunnen ze meer aan met hun ogen.

Je spirituele zintuigen moeten geopend worden en dat gebeurt beetje bij beetje (net zo als de baby die met moeite zijn ogen opent). Dingen die je meemaakt terwijl je groeit doen pijn. Dit is groei en een proces. Het openen van spirituele zintuigen gebeurt langzaam en beschermd. Zou dat niet gebeuren en zou je alles in de eerste keer zien (wat je spiritueel kunt waarnemen) dan zou je gek worden.

Het tweede aspect wat we kunnen leren op basis van analogie op de gebeurtenissen in het leven van de Profeet ﷺ en de Profeten, is dat alles voor je veertigste jaar voorbereiding is. Na je veertigste komen de openingen, voorop gesteld dat je voorbereiding goed is. Wanneer en op welk moment je begint, is belangrijk. De bindingen die je in je pre-veertigste jaar maakt, bepalen de bindingen daarna. De bindingen, kennis, daden – eigenlijk alle dingen die je recht zetten in je hoofd en in je hart – bepalen het niveau van je spirituele openingen.

Degene die geen voorbereidingen hebben getroffen, blijven geloven dat er slechts uiterlijke daden zijn. Degene die een beetje voorbereiden, die ontvangen een beetje. Degene die meer doen krijgen meer. Maar degene die goed voorbereidt, krijgt wat geen enkel oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord. Bereid je hier op voor, voordat je veertig bent. Bij bekeerlingen – en dit is mijn persoonlijke ervaring – zien we dat de groei vaak sneller en intenser is. Voorbereiding is op het niveau van:

  • Intellect
  • Hart
  • Uitvoeren van daden

Geloven dat het gebed verplicht is, dat is één. Maar het ook nog doen is een tweede. Beseffen dat een binding met de Profeet  belangrijk is, dat is één. Maar het uitvoeren daarvan is een tweede. Weten van de Hadj en Umrah is één. Maar het uitvoeren daarvan is een tweede. We hebben twee uitersten in de Ummah:

  1. (De opvatting van) heel veel daden doen dan komt het wel goed en niks op intellectueel niveau
  2. Veel op intellectueel niveau maar op het niveau van daden wordt er niks gedaan

De juiste combinatie in de Islam is denken én doen! Dat maakt dat er sprake kan zijn van spirituele groei en zoals eerder gezegd: spirituele groei is een proces.

11.4 In de grot Hira

De Profeet begon gedurende een periode van zes maanden dromen te krijgen die de volgende dag allemaal uitkwamen. Deze ware dromen worden omschreven als het hebben van een bepaalde zekerheid in het gebeuren van die droom in de werkelijkheid, zoals het hebben van zekerheid omtrent het opkomen van de zon.

Onze moeder A’isha heeft dit heel mooi samengevat in een Hadith die wordt opgenomen door Imam Bukhari in zijn Sahih: “De start van de openbaringen was door middel van ware dromen tijdens het slapen. Er was geen enkele droom die de Profeet zag of deze kwam de volgende ochtend uit. Toen begon hij heel erg te verlangen naar afzondering.”

Er wordt overgeleverd dat hij zich soms wel veertig dagen afzonderde. Khadija liet eten sturen wat daar veertig dagen nog onaangeraakt lag. De grot Hira was een geliefde plek van de Profeet ﷺ om in af te zonderen.

De Hadith gaat verder: “Hij dacht na en reflecteerde. Hij bleef op die manier dagen en nachten voordat hij weer terug kwam bij zijn familie. Khadija gaf hem ﷺ dan weer wat eten. Todat de openbaring begonnen en op dat moment was de Profeet ﷺ in de grot Hira. De engel Djibril verscheen (waar de Profeet ﷺ bekend mee was geraakt) en hij zei: ‘Lees’. Hij ﷺ zei: ‘Ik hoor niet tot degene die kunnnn lezen en schrijven (i.e. die hebben gestudeerd zoals gangbaar voor mensen). De Profeet ﷺ zei hierover: hij omhelsde mij en drukte me heel hard tegen zich aan zodat ik in ademnood kwam. Toen liet hij me weer los en vroeg mij nog een keer om te lezen. Ik antwoordde: ‘Ik behoor niet tot degene die lezen’. Daarna omhelsde hij mij weer en drukte mij heel hard tegen zich aan voor een tweede keer zodat ik in ademnood kwam. Toen liet hij mij los en vroeg mij om te lezen. Ik antwoordde: ‘Ik behoor niet tot degene die lezen’. Vervolgens omhelsde hij mij weer en drukte mij heel hard tegen zich aan voor een derde keer zodat ik in ademnood kwam. Toen liet hij mij los en zei: ‘Lees in de Naam van uw Heer die heeft geschapen. Die de mens heeft geschapen uit een hangende massa. Lees en uw Heer is de meest Majestelijke’. Hij hoorde dat en kwam weer terug bij Khadijda en zei: Wikkel mij om! Wikkel mij om! Totdat die emotie van de eerste openbaring wegtrok en toen vertelde hij alles aan Khadija”.

koran

Er kan veel gezegd worden over deze Hadith: vanuit de achtergrond van deze Hadith, de vraag welke openbaring als eerst was, waarom per se deze Verzen, waarom drie keer, waarom per se lezen en vele andere dingen die hierover gezegd kunnen worden.

Waarom Djibril de Profeet drie maal omhelsde

Één van die vragen is waarom de Engel hem drie keer omhelsde. Een gangbare opinie is dat het was om kracht te geven aan de Profeet om de eerste openbaring te kunnen dragen. Maar wat mij meer aanspreekt is dat de Engel Djibril juist kracht ontleende aan de Profeet om de openbaring te starten. Hij ontleende kracht om de eerste openbaring over te brengen op de laatste Boodschapper en Profeet ﷺ, die reeds Profeet was voordat de eerste Profeet Adam werd geboren. De Profeet zei namelijk:

“Ik was reeds een Profeet toen Adam nog tussen water en klei was!”. – Hadith

11.5 De datum van de Eerste Openbaring

Op de 17de van de maand Ramadan geschiedde de eerste openbaring. Het was op een maandag en de Profeet was toen 40 jaar oud. Dit is op basis van wat overgeleverd wordt door Jaᶜfar al-Sadiq.

In het boek Mawahib al-Laduni wordt overgeleverd:
“Djibril kwam en zei: ‘Allah geeft u salaam en heeft u gestuurd naar de mens en djin. Djibril stampte op de grond en er ontsprong water uit. Toen deed hij de kleine wassing (wudu) en zei dat de Profeet dat ook moest doen. Toen verrichte hij het gebed en zei dat de Profeet   het ook moest doen. Toen leerde de Profeet dit als eerst aan Khadija”.

Khadija nam de Profeet vervolgens mee naar Waraqa bin Nawfal en die zei: “Dit is de namus”. Hij zei: “Was ik maar in leven als ze jou zullen verdrijven”. De Profeet zei: “Zullen zij dan mijn verdrijvers zijn?” Waraqa zei: “Ja, niemand die met zo’n boodschap is gekomen is met rust gelaten door zijn volk. Als ik zou leven had ik je geholpen”.

In Khasais al-Kubra wordt overgeleverd dat de Profeet   zei:
“Ik heb Waraqa gezien in mijn droom in een zijden gewaad want hij heeft in mij geloofd, hij heeft dat onderschreven”. Met andere woorden, hij is in staat van Imaan overleden ondanks dat hij de verdere openbaringen niet heeft meegemaakt.

Aanwijzingen dat de eerste openbaring in de maand Ramadan was

  • Qoran: Surah Baqarah: “De maand Ramadan waarin de Koran is geopenbaard”
  • Surah Qadr vers 1: “Voorwaar Wij hebben het laten neerdalen (i.e. geopenbaard) in laylat ul qadr”
  • Surah vers: Layla mubarakah
  • Surah 8 vers 41:“Wij hebben dit geopenbaard op onze dienaar op de dag van Furqan (de dag die verschil heeft gemaakt tussen goed en kwaad), op de dag toen twee legers elkaar ontmoetten”. Deze ontmoeting verwijst naar de slag van Badr en dat vond plaats in de maand Ramadan.

Toen de Profeet werd gevraagd waarom hij maandag en donderdag vastte, zei hij : “Maandag ben ik geboren en donderdag zijn de Openbaringen begonnen”.

Moge Allah ons onze bindingen met de Qoran en degene aan wie de Qoran is geopenbaard doen versterken. Moge de Qoran een inspiratie zijn voor ons, onze families en onze omgeving. Moge Allah ons zegenen met begrip van Zijn meest geliefde Profeet .

 

You may also like...

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *