Home » Sahih Bibliotheek » Surah al-Ma’idah: Zegeviering, Perfectie en Eeuwigheid

Surah al-Ma’idah: Zegeviering, Perfectie en Eeuwigheid14 min lezen

Dit artikel schreven wij op verzoek van Wijblijvenhier en is daar toen verschenen als deel van hun Ramadan serie. Recent hebben wij over deze Surah ook de podcast ‘Wees niet te strikt’ gepubliceerd (meer daarover aan het einde van dit artikel.

In het drieëntwintigste jaar na de eerste openbaring staat de laatste Boodschapper van God ﷺ op een bloedhete dag temidden van een grote menigte moslims op de berg Rahmah. Als deel van de afscheidsbedevaart naar Mekka staan zij op de dag  ‘Arafah’ op de berg Rahmah. Hier begon hij zijn afscheidspreek op de dag van Arafah als volgt:

‎أيّهَا النّاس، اسْمَعُوا منّي أُبّينْ لَكُمْ، فَإنّيَ لاَ أَدْرِي، لعَليّ لاَ أَلْقَاكُمْ بَعْدَ عَامي هَذَا، في مَوْقِفي هذا

“O mensen, luister aandachtig naar naar mij en ik zal jullie uitleggen, want ik weet niet of ik jullie nog zal ontmoeten na dit jaar, op deze plaats.”

Dit is een belangrijk moment om mee te beginnen, omdat op deze dag en dit moment de Profeet ﷺ een vers zal reciteren wat het nieuw tijdperk voor de Islam aankondigt. Dit is een significante dag. Ten eerste vanwege het aantal aanwezige moslims. Na de dertien jaar die de Profeet ﷺ in Mekka heeft geleefd, had hij ongeveer vierhonderd volgers.

Na de emigratie naar Medina, groeide dat aantal in 10 jaar langzaam maar zeker tot 10.000 volgers, totdat hij vlak voor zijn fysieke dood met een verbluffende 124.000 volgers de bedevaart heeft verricht. De afscheidspreek werd gegeven aan een enorme menigte, (volgens sommige overleveringen misschien wel) 124.000 metgezellen.

De laatste bedevaart is het hoogtepunt van de Profetische missie en de zegeviering van de Islam. Vandaag staan zij allen op de berg Rahmah, in broederschap en overgave aan God, luisterend naar wat de laatste preek van Mohammed ﷺ zou zijn. De afscheidspreek bevat de laatste adviezen voor de mensheid. Deze gingen met name om economische rechtvaardigheid, de rechten van vrouwen en het tegengaan van racisme.

De Islam was compleet en de Profeet ﷺ heeft zijn taak volbracht. Iedere Boodschapper heeft de verplichting om God’s boodschap te verkondigen. Daarom sloot hij ﷺ zijn laatste preek af met de vraag: “Heb ik de boodschap verkondigd?” Ruim 124.000 metgezellen brulden tegelijkertijd: “O Allah, zeker (u hebt de boodschap verkondigd)!” Waarop de Profeet ﷺ antwoord: “O Allah, wees mijn Getuige”.

Op die dag, op dat moment, op die berg, 23 jaar na de eerste Openbaring, liet Allah het volgende Vers neerdalen:

الْيَوْمَ أَكْمَلْتُ لَكُمْ دِينَكُمْ وَأَتْمَمْتُ عَلَيْكُمْ نِعْمَتِي وَرَضِيتُ لَكُمُ الْإِسْلَامَ دِينًا

“Nu heb Ik jullie godsdienst voor vervolmaakt, Mijn gunst aan jullie voltooid en de islam voor jullie als religie gekozen”. Al-Ma’idah: 4.

Deze triomfantelijke woorden beschrijven de Islam, de religie die op deze dag in de vooravond stond wat zal uitgroeien tot een wereldbeschaving, die tot nu voortduurt.

Toen Umar ibn Khattab dit Vers hoorde, begon hij te huilen…

Om deze emotie van Umar te kunnen begrijpen, dienen wij 16 jaar terug te gaan in de tijd, naar het jaar waarin Umar bekeerde naar de Islam. Umar heeft in het zesde jaar na de eerste Openbaring, de Islam geaccepteerd, na het lezen van een aantal Qur’an-verzen uit Surah Taha. Zijn initiële bittere haat voor de Profeet ﷺ werd omgezet tot een diepe liefde voor en loyaliteit aan de Profeet ﷺ, omdat de Profeet ﷺ een smeekbede bij Allah deed om Umar naar de Islam te leiden.

Het waren moeilijke jaren voor de eerste moslims: zij werden bespot, gemarteld, vervolgd en gedood. In het jaar vóór de bekering van Umar, werd het zo grimmig  dat een groep moslims moest emigreren naar Abessinië (het huidige Eritrea).

In het jaar ná zijn bekering, zijn de Mekkanen overgegaan naar economische onderdrukking; de zware economische boycot gelegd op de stam van de Profeet, de Bani Hashim. Deze vreselijke boycot duurde drie jaar en eindige in het zogeheten Jaar van Verdriet: Khadija en Abu Talib overleden, en de Profeet ﷺ werd vervolg in Ta’if. Na de Hemelreis vond de migratie naar Medina plaats in het 13de jaar na de eerste Openbaring.

Ongeveer 314 moslims, waaronder Umar, lieten hun hebben en houden in Mekka achter en emigreerden naar Medina in de hoop op een plaats waar de moslims in vrijheid hun Islam konden praktiseren. In de jaren die volgden, streden de moslims in veldslagen om te voorkomen dat de kleine gemeenschap nieuwe moslims zou worden uitgeroeid.

Al kort na de emigratie vochten 314 moslims met slechts acht zwaarden, tegen een leger van 1000 Mekkanen in de slag van Badr; Umar vocht hier mee en zag hoe Allah duizend Engelen liet neerdalen om de moslims aan de overwinning te helpen. Hij vocht het jaar daarna ook mee in de slag van Uhud, maar maakte juist de nederlaag mee die uitgebreid in de Qur’an aan bod komt.

De wonderen van de Profeet ﷺ op dit slagveld heeft Umar allemaal gezien: stokken die veranderen in zwaarden, moslims die op wonderbaarlijke wijze worden genezen, het vermeerderen van water en voedsel en vele andere wonderen. De twee aqaba’s en het pact van Hudaybiyya vonden plaats. Umar was zij aan zij met de Profeet ﷺ, terwijl hij ﷺ de laatste religie van Allah vestigde op aarde.

Maar bovenal, Umar heeft de Openbaring van dichtbij zien gebeuren: de openbaring van de Qur’an en de Soennah van de Profeet ﷺ. Umar en andere metgezellen hebben gezien en ondergaan, hoe een kleine groep onderdrukte moslims is uitgegroeid tot overwinnaars op het Arabisch schiereiland, zoals is beloofd door Allah. Die groei in 23 jaar heeft er als volgt uit gezien:

  • Op 40 jarige leeftijd kreeg de Profeet Mohammed ﷺ de eerste openbaring in Mekka.
  • In het dertiende jaar na de eerste openbaring emigreerden 314 moslims van Mekka naar Medina.
  • In het twintigste jaar keren 10.000 moslims terug naar Mekka om de stad op vreedzame wijze over te nemen.
  • In het drieëntwintigste en laatste jaar van de Profeet, leidt de Profeet zijn eerste en enige bedevaart (hadj) met een reusachtige menigte van 100.000 moslims.

Rond het twintigste jaar vond het kantelpunt plaats in het leven van de Profeet . Dat is ook het moment waarop Surah al-Fath is geopenbaard. Het eerste Vers luidt:

نَّا فَتَحْنَا لَكَ فَتْحًا مُبِينًا

“Wij hebben jou waarlijk een duidelijke overwinning geschonken!”. Al-Fath:1.

In slechts drie jaar veranderde alles: daar waar eerst nog gevreesd werd voor uitroeiing van de moslims, wordt het steeds duidelijker voor de Mekkanen dat de Islam een grootse toekomst zal hebben.  Wat werd beloofd in Surah Fath, heeft Allah nu werkelijkheid gemaakt en dat zien de metgezellen met hun eigen ogen. Kan je de verbazing, de verwondering en de emotie van de metgezellen voorstellen, maar ook de dankbaarheid en gelukzaligheid, na al die jaren van onderdrukking?

 Terug naar waar ik mee begon: de afscheidspreek tijdens deze laatste bedevaart. Op dat moment zond Allah de Openbaring:

“Nu heb Ik jullie godsdienst voor vervolkmaakt, Mijn gunst aan jullie voltooid en de Islam voor als religie gekozen”. Al-Ma’idah: 4

Toen Umar deze Openbaring hoorde, begon hij te huilen en de Profeet ﷺ vroeg hem: waarom huil je? Waarop hij antwoordde: “Na perfectie is er niets anders dan afbraak”.

De profetieën van een laatste Profeet die ooit in op het Arabische schiereiland voet zal zetten en de wereld zal vullen met het monotheïstische geloof in een God, heeft plaatsgevonden. De Profeet ﷺ heeft zijn taak volbracht. Wat zou volgen na deze 23 jaar van armoede, onderdrukking, tegenslagen en verdriet, zijn eeuwen van ongekende rijkdom en heerschappij van de Islamitische beschaving.

De metgezellen hebben met hun eigen ogen kunnen getuigen, hoe Allah de Islam vervolmaakt heeft. Met deze overwinning, zegeviering en diepe dankbaarheid van de metgezellen beginnen wij met het lezen van juz’ 6 van de Qur’an.

Waar te beginnen? Kijkend naar een diamant: van alle kanten is het perfect. Je kan niet de twee overzijden tegelijkertijd bekijken omdat je beperkt bent tot wat je eigen ogen vanuit één invalshoek kunnen zien. We zullen daarom bij drie dingen stilstaan: daden van aanbidding, reflectie op de Qur’an en de thematiek van Surah al-Ma’idah. In onze podcast aflevering Wees niet te strikt kijken we, in het verlengde hiervan, naar een ander aspect van Surah al-Ma’idah.

Daden van aanbidding

Allereerst kan worden opgemerkt dat in hetzelfde vers waar gesproken wordt over perfectie/vervolmaking, ook geboden en verboden worden besproken.  Vers 3 van Surah al-Ma’idah luidt als volgt:

 “Verboden voor jullie zijn het gestorvene, het bloed en het varkensvlees en alles waarover een ander naam dan die van Allah is aangeroepen….

Heden zullen de ongelovigen aan uw godsdienst wanhopen. Vreest dus niet hen, maar Mij. Vandaag heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen.” Ma’ida: 3.

Allah spreekt over vervolmaking te midden van….  zaken die we wel en niet mogen doen? Wat is de relatie tussen perfectie en geboden? Laten we voor een antwoord hierop kijken naar Ibrahim, alaihi salaam. Hij kreeg de opdracht om de Ka’ba bouwen. Merk op wat hij vroeg aan Allah toen hij hiermee klaar was::

‎رَبَّنَا وَاجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَا أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَا إِنَّكَ أَنتَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ

“En toon ons onze manier van aanbidding (in onder andere de bedevaart) en wend U met barmhartigheid tot ons, U waarlijk Berouwaanvaardend en Genadevol”. al-Baqara:128

Ibrahim vroeg na de opdracht om meer manieren om te aanbidden, om meer daden! Waarom? Omdat het is een manier is om liefde te uiten en nabijheid te zoeken. Deze liefde vertaalt en uit zich onder andere in gehoorzaamheid.

Het idee dat gehoorzaamheid aan iemand voortkomt uit liefde is ook een terugkerend thema in Arabische poëzie, wat nodig is om de taal van de Qur’an te kunnen begrijpen. Want wanneer je van iemand houdt zal je alles voor diegene doen. Denk aan liefdesverklaringen zoals: ‘ik zal alles voor doen!’. In de beschrijving van taqwa – vrij vertaald naar bewust zijn van Allah– citeren tafsir geleerden zoals Imam Ibn Juzay, het volgende dichtvers:

‎قَالَتْ وَقَدْ سَأَلَتْ عَنْ حَالِ عَاشِقِهَا … بِاللَّهِ صِفْهُ وَلاَ تَنْقُصْ وَلاَ تَزِدِ
‎فَقُلْتُ لَوْ كَانَ رَهْنَ الْمَوْتِ مِنْ ظَمَأٍ … وَقُلْتِ قِفْ عَنْ وُرُودِ الْمَاءِ لَمْ يَرِدِ

Zij vroeg: Beschrijf de toestand van de op mij smoorverliefde maar overdrijf niet en zwak het ook niet af!
Ik zei: Als hij zou dood gaan van de dorst, maar jij zegt ‘laat de waterbronnen’, dan zou hij het laten.

De Profeet ﷺ leerde zijn metgezellen de smeekbede:

اللَّهمَّ إِنِّي أَسْأَلُكَ حُبَّكَ، وَحُبَّ مَنْ يُحِبُّكَ، وَالعمَل الَّذِي يُبَلِّغُني حُبَّكَ، اللَّهُمَّ اجْعل حُبَّكَ أَحَبَّ إِلَيَّ مِن نَفسي، وأَهْلي، ومِن الماءِ البارِدِ

O Allah, ik vraag U om Uw liefde, de liefde van diegenen die U liefhebben en liefde voor daden die mij dichterbij Uw liefde brengen. O Allah, maakt mijn liefde voor U mij geliefder bij mij dan mijzelf, mijn familie en koud water.   – Bron: Tirmidhi.

Daden van aanbidding leiden naar het ervaren van goddelijke liefde en de goddelijke presentie (niet letterlijke nemen!). Het compleet maken van de Islam, in termen van regels, biedt ons dus de mogelijkheid om in iedere daad en vrijwel iedere situatie in het leven, met (niet letterlijk) Allah te zijn. Zelf het eten van een stuk vlees, kan in een staat van aanbidding gebeuren. Alhamdulilah.

Het willen aanbidden van Allah biedt dus een andere ervaring dan het aanbidden omdat het moet. Dat is een hele andere insteek dat die van sommige volkeren die in de Qoran zijn genoemd. Lees in Surah al-Baqara hoe voorgaande volkeren met tegenzin de opdrachten van Allah volgden.

Reflectie

Ten tweede wil ik het hebben over reflecteren. Vandaag de dag leven we met 1,8 miljard moslims op de wereld.  Een ieder van die 1,8 miljard  is op zoek naar een diepere beleving en ervaring van de Goddelijke Woorden in de Qur’an. De metgezellen ervoeren de Qur’an werkelijk, omdat zij de gehele openbaring hebben meegemaakt. De Openbaring bestond voor hun niet alleen uit de Verzen van de Qur’an, want ook alles rondom de Profeet ﷺ is goddelijk geïnspireerd en daarom deel van openbaring.

‎ وَمَا يَنطِقُ عَنِ الْهَوَىٰ * إِنْ هُوَ إِلَّا وَحْيٌ يُوحَىٰ

Allah zegt: “Noch spreekt hij uit eigen begeerte. Het is slechts de Goddelijke Openbaring die geopenbaard wordt”. Al-Nadjm: 3-4.

De metgezellen zagen hoe het leven met de Profeetﷺ en de openbaring van de Qur’an, maar ook hoe de woorden van de Qur’an, de interactie van Profeet met anderen, de gebeurtenissen in hun levens en hun eigen ervaring van de werkelijkheid, naadloos op elkaar aansloten. In feite is het allemaal één, in die zin dat het allemaal afkomstig is van Allah.

Wanneer men spreekt over spiritualiteit hoor je snel woorden zoals metafysica, wijsheid en mystiek. De bedoeling is niet om de Qur’an vanuit deze hokjesachtige benaderingen te lezen, maar juist om de eenheid hier tussen te zien. Het brein is goed in het maken van onderscheid, en dat doet het al te graag. Het is echter het hart, dat van deze verschillende invalshoeken één maakt. Het hart kan de hele diamant zien, maar dat vraagt om een bepaald niveau van taqwa – en laat dat nou net het doel zijn van de Ramadan.

Hoe ga ik reflecteren op de Qur’an als ik nog niet kan luisteren naar het Woord van Allah, nog niet kan begrijpen? Een grondige beheersing van de klassiek Arabische taal en de openbaring in brede zin helpen hierbij. Maar de metgezellen waren als glas, niet slechts vanwege hun perfecte Arabisch, maar vanwege de zuiverheid van hun spirituele harten. De betekenissen van Woorden van Allah schenen daar als het ware doorheen. Zij luisterden écht naar de Qur’an! Dat was anders voor de metgezellen, zij waren immers in de aanwezigheid van de Profeet ﷺ.

Wat is voor ons de manier om te realiseren dat Allah altijd met ons is? Daar zijn verschillende antwoorden op en ik beweer niet deze te kennen. Allah zegt:

‎يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَكُونُوا مَعَ الصَّادِقِينَ

“O jullie die geloven, wees je bewust van Allah en wees met de waarachtigen!”. 9:119

Thematiek van Juz’ 6

Tot slot, hebben we het over de vervolmaking van de Islam. In juz’ 6 worden we eraan herinnerd dat het volk van Moses dusdanig werd begunstigd dat zij koningen op aarde werden. Maar de volgers van de profeten Moses en Jesus, vrede zij met hen, worden ook bekritiseerd omdat deze volgers hun beloftes tegenover Allah niet zijn nagekomen. Dit lijkt een gepast advies voor de islamitische gemeenschap die na het fysiek overlijden van de Profeet vzmh, zou uitgroeien tot een ongekende wereldbeschaving – waar wij nog steeds deel van uitmaken.

Een beschaving die nu een moeilijke tijd doormaakt en de thema’s in juz 6 zijn daarom nog steeds zeer relevant. Allah spreekt in Juz 6 tegen de moslims onder andere over de rechten van vrouwen, erfrechten, het aangaan van contracten, de rechten van wezen, omgang met joden en christenen, trouwen en andere thema’s.

Eeuwigheid

Weer terug naar het begin, de afscheidspreek van de Profeet ﷺ. Het zijn gemengde gevoelens: de religie is vervolmaakt, maar het leven van de Profeet ﷺ ook.  Deze jonge gemeenschap had een verlangen naar een volgend leven, een eeuwig leven. De tegenslagen van deze wereld kregen hen niet klein.

Ondanks de tegenslagen waren zij de meest gelukkige gemeenschap, omdat zij in de aanwezigheid van de Profeet ﷺ de goddelijke presentie (pas op; niet letterlijk nemen) mochten ervaren in de meest alledaagse gebeurtenissen. Het einde van de Profetische missie betekent ook dat de Profeetﷺ niet meer lang zal leven.

Er zijn zelfs geleerden die zeggen dat Umar huilde bij de openbaring van het Vers omdat het vervolmaken van de Islam betekent dat de Profeet ﷺ  niet lang meer met hun zal blijven. Toen Umar enige tijd daarna hoorde dat de Profeet ﷺ  fysiek was overleden, viel hij flauw van het verdriet. Dit is een verdriet wat wellicht geen enkel van de metgezellen heeft kunnen verdragen – en wellicht de beschaving daarna ook niet.

Tot een volgende ontmoeting in het Paradijs met de Profeet ﷺ : “Ik ben de eerste bij mijn bassin (in het Paradijs) en ik wacht op jullie”. – Bukhari.

Moge Allah jullie zegenen en mij vergeven.

Fatiha.

Salaam.

Luister naar al-Podcāst: Wees niet te strikt

Tijdens de laatste Bedevaart werden de woorden “Nu heb Ik jullie religie voor jullie vervolmaakt” (al-Ma’idah, 3) geopenbaard. In deze Surah waarin Allah openbaart dat de religie vervolmaakt is, waarschuwt Allah de gemeenschap voor de valkuilen van religiositeit.

Een van deze valkuilen is dat een authentieke beleving van de religie wordt vermengd met een overmatige en gedwongen strengheid, die men zelf opzoekt. Met als gevolg dat de religie ondraagbaar en uiteindelijk onuitvoerbaar wordt (voor de persoon).

Klik op de bovenstaande afbeelding of ga naar https://www.sahih.nl/wees-niet-te-strikt-2. Ben je al een fervent luisteraar van podcasts? Dan kan je ons ook vinden op Spotify, Apple Podcasts, Google Podcasts en Amazon Music (Duitsland).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *